24/05 Terug in Saigon
David & Anke in Vietnam (1)
We waren dus in Ho Chi Minh City hè! Daar zijn we iets langer gebleven dan gepland, omdat Anke ziek werd. Gelukkig zaten we in een hotelletje waar een dokter in huis was. Na enkele rustdagen in het hotel en wat van het stadje gezien te hebben besloten we dat we toch maar verder moesten reizen… En wel naar:
Het zuiden, de Mekong Delta (daar waar de Mekong een stukje van Vietnam afknipt en uitkomt in zee). Een busrit van 5 uur bracht ons naar Can Tho, de hoofdstad van de provincie. Vlakbij Can Tho zijn floating markets, omdat iedereen en z’n moeder aan het water woont is ook de markt daar te vinden. Heel veel bootjes met groente en fruit die ronddobberen en verkopen. Daar gingen we heen. En wel om 05.30 ’s ochtends, omdat zo’n markt na 9 uur ’s ochtends al langzaam aan afbreekt.
De terugweg deden we via kleine kanaaltjes, en zo hadden we een mooi bootdagje. Tijdens die boottocht moesten we helaas ook vaststellen dat Anke nog niet helemaal beter was. De dag erna gingen we zelfs naar het ziekenhuis van Can Tho, om gewapend met antibiotica en een zak medicijnen terug te keren.
Onze laatste avond in Can Tho begon in het park, waar een oude man ons in het Frans vroeg of we Engels wilden praten met twee studentes van hem. Aparte verzoeken krijgen we wel vaker, deze viel best mee dus dat wilden we wel. Al gauw zaten we op het bankje met twee Vietnamese studentes te praten. Veel kennis uitgewisseld over het studentenleven daar en hier (of andersom). Maar onze magen rammelden al enige tijd, en na het hoofdstuk over Vietnamees eten af te sluiten vertelden we dat wij een groot liefhebber waren van sticky rice in Laos. Gelukkig wist een van de twee ons een kraampje te wijzen waar sticky rice met kip werd verkocht, en met z’n vieren liepen we erheen.
Nadat we afscheid namen van de twee, en onze sticky rice in het parkje hadden opgegeten was David’s eetlust nog niet voldoende gestild. Het was tijd voor een pho’tje voor het slapen gaan, in een klein lokaal eettentje vlakbij ons hotel. Daar aangekomen namen we plaats naast een groep van 6 beschonken Vietnamese dudes met bijzonder rode alcohol-oogjes. Nadat David het pho’tje besteld had werd hij nauwlettend in de gaten gehouden door het zestal. Ze keken of de westerse tafelmanieren wel door de Vietnamese beugel konden, gelukkig is dit niks nieuws voor ervaren toeristen als wij. David sloeg deze proef dus met verve, door de basilicum blaadjes te verscheuren en in het soepje te gooien, de limoen erboven uit te knijpen en wat pepertjes erin te schuiven. Vermoedelijk werden er bonuspunten gescoord door excessief te zweten door de hoeveelheid pepertjes.
Na dit onverwachte succes van de toerist – en ongetwijfeld grote teleurstelling bij de zes – was een beloning op zijn plaats. Die kwam in de vorm van lokale whiskey uit een plastic fles, Vietnamese sigaretten, en kers-achtige tomaatjes om erbij te eten. Eén groot feest natuurlijk om geaccepteerd te worden in dit levendige, kleurrijke maar vooral bijzonder dronken gezelschap.
Na ons bezoek aan Can Tho moesten we toch echt terug naar Ho Chi Minh City. Daar kon Anke beter uitzieken, David naar de kapper gaan, en we zouden er hoe dan ook langskomen voor onze reis verder naar het noorden.
Ho Chi Minh City vinden we bovendien stiekempjes een hele leuke stad. We vonden weer een prima hotelkamer met een enorm raam aan een hele drukke straat, en zo hoor je Ho Chi Minh City te beleven. Gelukkig bleek na de 2e dag dat Anke’s Can Tho-nese medicijnenkuurtje goed aansloeg. Zo goed dat we de mogelijkheid vonden om naar de Cu Chi tunnels te gaan, een stuk van de Vietcong tunnels die bewaard zijn gebleven voor toeristen.
En morgen reizen we verder, de bergen in naar Dalat. We hebben ons laten vertellen dat het er een stuk koeler is, zo’n 20 graden. En da’s wel lekker na het hete Ho Chi Minh City. Wij rapporteren later. Doei.

27/05 (10:08)
Oehoee, veel plezier in the city of love.
Als cowboy verkleed op een pony reiden, is daar zeker aan te raden!