31/05 Bergen en zee

David & Anke in Vietnam (6)

img_1518.jpg Hoog in de bergen waren we, in Dalat. Het was daar inderdaad koud, zoals de Vietnamees die zichzelf Andy noemde (omdat dat Engels klinkt) ons al vertelde in Ho Chi Minh City. Nouja, Vietnamees koud dan. Niet zo koud om de mutsen en sjaals te rechtvaardigen die iedereen droeg. Zoals de Lonely Planet ons al beloofde lijkt het inderdaad bijzonder veel op een Frans Alpenstadje en bijzonder weinig op een Vietnammetje-stadje. Maar toch waren we wel degelijk in Vietnam, en om ons daarvan te verzekeren beklommen we de hoogste berg die er te vinden was (2.1km) voor drie dagen spierpijn en een prachtig uitzicht over het land en de bergen. Verder hebben we onze dagen in het stadje gesleten net als alle andere Vietnamezen; met bolletjes rijst met bonen en kokos te eten en onze telefoon te voorzien van een luipaard-huidje (met een folie waar elke Zuid-Oost Aziaat zijn of haar telefoon of laptop mee dichtplakt).

Strand in Nha Trang Na de koude bergen is de meest logische volgende stap om het strand op te zoeken, dunkt ons. Aangezien we als de dood zijn voor toeristen besloten we Nha Trang (dé badplaats aan de Vietnamese kust) over te slaan. Door naar Quy Nhon, een stadje aan zee tussen Nha Trang en Hoi An. Of toch niet? Helaas reed onze bus niet verder dan Nha Trang, en waren we gedwongen er een nachtje te blijven… gestrand in Nha Trang. Achteraf een geluk bij een ongeluk! Nha Trang is namelijk helemaal niet zo’n verschrikkelijke badplaats als onze bijbel ons heeft laten denken. En ons uiteindelijke doel – Quy Nhon – heeft geeneens een zwembaar strand. Het staat er namelijk vol met vissersbootjes en afval, en krabbetjes die héél snel kunnen rennen als je ze prikt met een stok. We hebben dus lekker gezwommen in Nha Trang, en gemingled met de locals in Quy Nhon.

Peace! En nu gaan we door naar Hoi An waar Anke een jurk gaat laten maken! Hoi An heeft nog echt oude gebouwen omdat het gespaard is gebleven van alle bommen en granaten en alle oorlogen.
Die gaan we zien.

En dan een PS: omdat Vietnam veuls te groot is hebben we besloten ons visum te verlengen en pas eind juni naar Singapore te vliegen (in plaats van via Bangkok, Zuid-Thailand, (Maleisië?) naar Singapore te gaan). Dan hebben we genoeg tijd om niet door het land te hoeven vliegen.

David springt En nog een PPS: David gaat studeren in september! Hij is toegelaten voor zijn master in Leiden (Media Technology) na een telefonisch intakegesprek in Ho Chi Minh City! Joepie! (Nu Anke nog… ;) ).

Doei!

24/05 Terug in Saigon

David & Anke in Vietnam (1)

img_1481.jpg We waren dus in Ho Chi Minh City hè! Daar zijn we iets langer gebleven dan gepland, omdat Anke ziek werd. Gelukkig zaten we in een hotelletje waar een dokter in huis was. Na enkele rustdagen in het hotel en wat van het stadje gezien te hebben besloten we dat we toch maar verder moesten reizen… En wel naar:

img_1371.jpg Het zuiden, de Mekong Delta (daar waar de Mekong een stukje van Vietnam afknipt en uitkomt in zee). Een busrit van 5 uur bracht ons naar Can Tho, de hoofdstad van de provincie. Vlakbij Can Tho zijn floating markets, omdat iedereen en z’n moeder aan het water woont is ook de markt daar te vinden. Heel veel bootjes met groente en fruit die ronddobberen en verkopen. Daar gingen we heen. En wel om 05.30 ’s ochtends, omdat zo’n markt na 9 uur ’s ochtends al langzaam aan afbreekt.  img_1433.jpg De terugweg deden we via kleine kanaaltjes, en zo hadden we een mooi bootdagje. Tijdens die boottocht moesten we helaas ook vaststellen dat Anke nog niet helemaal beter was. De dag erna gingen we zelfs naar het ziekenhuis van Can Tho, om gewapend met antibiotica en een zak medicijnen terug te keren.

Onze laatste avond in Can Tho begon in het park, waar een oude man ons in het Frans vroeg of we Engels wilden praten met twee studentes van hem. Aparte verzoeken krijgen we wel vaker, deze viel best mee dus dat wilden we wel. Al gauw zaten we op het bankje met twee Vietnamese studentes te praten. Veel kennis uitgewisseld over het studentenleven daar en hier (of andersom). Maar onze magen rammelden al enige tijd, en na het hoofdstuk over Vietnamees eten af te sluiten vertelden we dat wij een groot liefhebber waren van sticky rice in Laos. Gelukkig wist een van de twee ons een kraampje te wijzen waar sticky rice met kip werd verkocht, en met z’n vieren liepen we erheen.

img_1464.jpg Nadat we afscheid namen van de twee, en onze sticky rice in het parkje hadden opgegeten was David’s eetlust nog niet voldoende gestild. Het was tijd voor een pho’tje voor het slapen gaan, in een klein lokaal eettentje vlakbij ons hotel. Daar aangekomen namen we plaats naast een groep van 6 beschonken Vietnamese dudes met bijzonder rode alcohol-oogjes. Nadat David het pho’tje besteld had werd hij nauwlettend in de gaten gehouden door het zestal. Ze keken of de westerse tafelmanieren wel door de Vietnamese beugel konden, gelukkig is dit niks nieuws voor ervaren toeristen als wij. David sloeg deze proef dus met verve, door de basilicum blaadjes te verscheuren en in het soepje te gooien, de limoen erboven uit te knijpen en wat pepertjes erin te schuiven. Vermoedelijk werden er bonuspunten gescoord door excessief te zweten door de hoeveelheid pepertjes. img_1462.jpg Na dit onverwachte succes van de toerist – en ongetwijfeld grote teleurstelling bij de zes – was een beloning op zijn plaats. Die kwam in de vorm van lokale whiskey uit een plastic fles, Vietnamese sigaretten, en kers-achtige tomaatjes om erbij te eten. Eén groot feest natuurlijk om geaccepteerd te worden in dit levendige, kleurrijke maar vooral bijzonder dronken gezelschap.

Na ons bezoek aan Can Tho moesten we toch echt terug naar Ho Chi Minh City. Daar kon Anke beter uitzieken, David naar de kapper gaan, en we zouden er hoe dan ook langskomen voor onze reis verder naar het noorden.  David@Cu Chi Ho Chi Minh City vinden we bovendien stiekempjes een hele leuke stad. We vonden weer een prima hotelkamer met een enorm raam aan een hele drukke straat, en zo hoor je Ho Chi Minh City te beleven. Gelukkig bleek na de 2e dag dat Anke’s Can Tho-nese medicijnenkuurtje goed aansloeg. Zo goed dat we de mogelijkheid vonden om naar de Cu Chi tunnels te gaan, een stuk van de Vietcong tunnels die bewaard zijn gebleven voor toeristen.

En morgen reizen we verder, de bergen in naar Dalat. We hebben ons laten vertellen dat het er een stuk koeler is, zo’n 20 graden. En da’s wel lekker na het hete Ho Chi Minh City. Wij rapporteren later. Doei.

18/05 Doei Laos en Cambodja

David & Anke in Vietnam (1)

Willekeurige beelden op chronologische volgorde! Muzikale ondersteuning: Birdy Nam Nam (waarvoor dank).

Dit zie je: Slowboat van Thailand naar Laos, motorritje naar de grotten bij Vang Vien (L), David op de wat-heuvel in Luang Prabang (L), veerpontje naar Champasak (L), watervallen op Don Det (L), motorritje bij Kratie (Cambodja!), de Tomb Raider tempel bij Angkor Wat (C), tuktukritje terug door de regen (C), boottocht van Siem Reap naar Battambang (C)…

doei!

15/05 Hoi Vietnam

David & Anke in Vietnam (1)

En dat was Cambodja! Welkom in Vietnam, David & Anke. Maar eerst Phnom Penh en Sihanoukville

Phnom Penh

Cellen Hoofdstad van Cambodja! Deze stad bood ons de mogelijkheid cultureel verantwoord een blik te werpen op overblijfselen van het terreurbewind van Pol Pot’s Khmer Rouge. Beide ingelezen op het onderwerp met de survivor-accountFirst They Killed My Father‘ van Loung Ung (een aanrader) bezochten we Security Prison 21 (S-21) a.k.a. Toul Sleng, een school die tijdens de Khmer Rouge gebruikt werd als martelplek en gevangenis. We bezochten de mini-cellen waar de gevangenen opgehokt zaten, de martelkamers waar mensen aan bedden werden geketend om weg te kwijnen en de fotogallerijen met de mugshots van degenen die er gestorven zijn.

Een kilometer of 15 buiten Phnom Penh kun je Killing Fields bezoeken: een (bijzonder mooi en groen) gebied waar mensen gebracht werden om afgemaakt te worden (als ze de martelingen overleefd hadden).  Niet. Daar gingen we naartoe op de moto: een brommertaxi waar we met z’n 3en (dat is David, Anke en chauffeur) opklauteren om door het chaotische verkeer te zwermen. Op de terugweg hebben we het laatste stuk gelopen omdat onze arme chauffeur een lekke band kreeg, die liet plakken, om hem vervolgens nogmaals lek te rijden.

Maar het was niet alleen maar ellende in Phnom Penh. Een kroegje vlakbij ons guesthouse verlichtte de zware uitstapjes met een Playstation 2 en fijne muziek. Hierop werden verhitte Golf-wedstrijden en potjes PES met Cambodiaanse tegenstander  gespeeld.

Phnom Penh is best een gekke stad, onze guesthouses (en de meeste goedkope) schaarden zich allen rond het Boeng Kak meer, een flinke afstand van de rivier waar de overige stedelijke activiteit te vinden was. Die rivier is een uitloper van het Sap Tonlé (het meer waarover wij van Siem Reap naar Battambang zijn gegaan). Ons budget-ghetto aan de lakeside voelde zo erg geïsoleerd van de rest van de stad. Niet dat het ons ervan weerhield alsnog van het een naar het ander te lopen… Maar goed, na ons Vietnam visum (goedkoop) te regelen konden we doorreizen… Naar:

Sihanoukville

Zee! We werden gewaarschuwd voor volle stranden in deze badplaats in het zuiden van Cambodja. Aangekomen waren de stranden gelukkig niet bepaald druk. Het water was dat wel, tot ons grote plezier. In de zee ronddobberen en -spetteren, en aan de strandjes hangen om de zon onder te laten gaan was ons verblijf in een notendop.

Dat luieren was overigens niet onze keus, we werden ertoe gedwongen. Als het aan ons lag maakten we een dagtocht door het nabijliggende National Park om te genieten van de indrukwekkende flora en fauna van Cambodja.  Brombrom Helaas, na 2 dagen op rij met een ticket ’s ochtendsvroeg voor ons guesthouse op de bus te wachten – die niet kwam vanwege het slechte weer óf het te kleine aantal verkochte kaartjes – besloten we op dag 3 een motor te huren en er zelf doorheen te tuffen. Een leuke tocht, maar wel pas na 2 dagen verplicht luieren…

Zee! Om de tijd wat verder te doden werd ons lieve Eee’tje geïnfecteerd met een bijzonder hardnekkig en venijnig virus, geleverd via ons USB stickje uit een internetcafé in Phnom Penh. Het resultaat was accepteren dat we heel veel foto’s kwijt waren (omdat we alles op 1 stickje hadden geback-upped die niet bepaald meer up-to-date was). Nu schrijven we er laconiek over, maar ik kan jullie verzekeren dat het reisgezelschap bijzonder aangedaan was door deze kwestie. Na drie dagen lang klooien is het natuurlijk gelukt de boel weer draaiende te krijgen en alle foto’s terug te krijgen (met een bootable SD kaart met een Windows XP image erop). Ons Eee’tje is nu dichtgemetseld met virusscanners en firewalls, en onze foto’s hebben we op zo’n 4 verschillende locaties opgeslagen.

Vietnam!

Daar zijn we nu, in Ho Chi Minh City (voorheen Saigon). Ons verblijf begon hier bijzonder dramatisch, vanaf de veel te lange busreis met swineflu-controles aan de grens, tot een gestolen portemonnee (stomme David) en een kapotte camera (stomme camera) op dag 1. Het positieve dan: eten is hier goed en goedkoop! In ieder geval een stukje goedkoper dan we gewend waren. Ochtenden begin je hier met een kommetje Pho (noedelsoepje). ’s Middags of ’s avonds kun je je buik vullen met een heerlijke Bánh Xèo (Vietnamese pannenkoek) en dit alles spoel je weg met de Vietnamese ijskoffie’s die je overal op de hoek van de straat kan halen of een lokaal biertje. Zo lekker als die van mams zijn de pannenkoeken trouwens niet, maar ze overtreffen met een vrij ruime marge de pannenkoeken-in-een-soepje-van-boter die in het bedrijfsrestaurant van Teleac worden geserveerd. Deze eerste ervaringen met de (zuid-)Vietnamese cuisine doen de verwachtingen hoog oplaaien, en na de keuken van Cambodja (prima, maar weinig speciaal), die van Laos (oh hoe wij toch die sticky rice missen), en Thailand durft David wel te stellen dat Vietnam op nummer 1 mag komen te staan, maar goed, thuiswedstrijd hè?

En verder? Saigon is een hele mooie stad, maar zonder foto’s hoeven jullie ons niet te geloven. Die foto’s komen later, oké?

Doei!

04/05 Effe een snelle

David & Anke in Cambodja (3)

Er staan weer een hoop nieuwe foto’s op, de laatste paar van Laos, dan van Siem Reap (en dan met name Angkor Wat en Angkor Thom), van ons bootreisje door de drijvende dorpjes naar Battambang. Nu zitten we in Phnom Penh, binnenkort meer…!

Doei!

img_0812.jpg

29/04 Jaaa, we zijn in Cambodja!

David & Anke in Cambodja (2)

Maar het zou niet eerlijk zijn om daar direct in te duiken, en een nauwkeurig verslag van ons korte verblijf op Don Det over te slaan. Dus dat eerst.

Don Det (en Don Khon)

img_0520.jpg In het zuiden van Si Phan Don liggen deze twee eilandjes die verbonden zijn met een oude spoorbrug waar je prima met de fiets over kan. Het leven daar is langzaam, op de eilandjes is er vrij weinig te zien en te doen, behalve in de Mekong zwemmen en lui in een hangmat hangen. Dat was dan ook ons verblijf in een notendop. De enige inspanning die we leverden was wanneer we beide eilanden doorfietsten. Daarna lieten we de dagen zo langzaam mogelijk voorbijgaan in onze bungalow aan de Mekong (waar je zo in kunt springen). Aggregaten voorzien de bungalows van electriciteit tussen een uurtje of 6 en 10 ’s avonds. Daarna gaat het licht uit en de kaars aan (of de oogjes toe).

img_0527.jpg Na deze dagen van serene rust was het tijd om verder te gaan, en om afscheid te nemen van het mooie Laos, de lekkere laab, Beerlao, en door te gaan naar Cambodja. Doei Laos! Tot de volgende keer…

 

Cambodja

En nu zijn we in land 3 van de grote reis. Vanuit Don Det zijn we naar Kratie gegaan, waar we op de motorbike een hele mooie tocht gemaakt hebben met een terugreis in knetterend onweer en stromende regen. img_0648.jpg De omgeving – of in ieder geval rond Kratie – lijkt anders dan wat we hiervoor hebben gezien. Er zijn overal palmbomen en het lijkt veel groener. De kinderen zijn nog wel bijzonder blij en kunnen net zo vrolijk zwaaien als de kindjes in Laos. Alleen zijn ze niet zo goed in sabai dee zeggen, maar het zou flauw zijn ze daarop af te rekenen.

Maar nu zijn we in Siem Reap, de grote stad. Angkor Wat staat op het programma, want daar kun je niet omheen, al is het best een dure bedoening. Cambodja lijkt sowieso duurder te zijn dan de vorige landen, maar dat is oké omdat we hier minder lang blijven. Ook veel gehannes met geld, het meeste betaalverkeer gaat met dollars (inclusief pinnen) maar je krijgt riel terug. Daarvoor gebruikt Cambodja de rekentruuk 1$ = 4.000r, en gelukkig mogen we die zelf ook toepassen… want koerstechnisch is dit geen voordelige volgens mij. Vaak krijg je je bedrag in zowel dollars en riel terug (2$ + 2.000r = $2,50). En marktjes rekenen dan wel weer alleen in riel.

Ons verdere reisplan is om vanuit Siem Reap de boot te pakken naar Battambang (over Tonlé Sap, het enorme meer waar heel Cambodja uit eet). Naar verluid een bijzonder mooie reis. En dan naar Phnom Phen, misschien nog even het strand (Sihanoukville) en dan naar Vietnam, waar we prima uit de voeten kunnen met de gekopieerde Lonely Planet die we van een man zonder handen hebben gekocht.

PS: Meer foto’s volgen…

23/04 Laatste uit Laos

David & Anke in Laos (1)

Het is alweer een tijdje geleden dat jullie iets van ons hoorden. In de tussentijd hebben we veel kilometers achter ons gelaten (nouja, relatief veel), nieuwe plekken gezien, mensen ontmoet, gelachen gehuild en gedanst. Maar om de onoverzichtelijkheid zoveel mogelijk tegen te werken zullen we verder gaan waar we elkaar het laatst gelezen hebben: in Pakse!

img_0210.jpg Daar duurde ons nieuwjaar nog langer dan gedacht. Dat hield in dat we overdag doorweekt het stadje doorliepen (want je ontkomt er echt niet aan), en ’s avonds met een droog pak angstig weer de straat opgingen om eten te vinden. Zon of geen zon, ook ’s avonds ontkom je bijna niet aan een nat pak. Avondeten bestond voornamelijk uit straten vermijden en opletten waar de waterwerpers staan.

Maar goed, het jaar 2551 is geschiedenis, en we leven al enkele dagen in een droog 2552. Vanuit Pakse zijn we nog naar het Bolaven Plateau gegaan op een dagtripje. img_0257.jpg Ten oosten van het stadje ligt dit vruchtbare gebied, waarvan de helft ongeveer bestaat uit een ‘National Protected Area’. Er is dus veel te zien, van koffie- en theeplantages (die de Fransen mee hebben genomen) tot watervallen en gekke kleine dorpjes waar jonge meisjes aan waterpijpen van bamboe lurken.

Daarna door naar Champasak, aan de andere kant van de Mekong, en daarom (vermoed ik) een minder populaire plek voor de toeristen die naar het zuiden reizen. De meesten gaan vanuit Pakse direct door naar Si Phan Don, ofwel de 4000 Islands, waar de Mekong uitwaaiert en vooral in het droge seizoen een hoop eilandjes door het wateroppervlak laat prikken. Met de local bus op een veerpontje kwamen we aan in Champasak. img_0355.jpg Een stil en mooi stadje die bestaat uit een enorm langgerekte straat langs de Mekong, die na een paar kilometer landinwaarts gaat om uit te komen bij Wat Phou: ruïnes uit de zevende eeuw van een hindoeïstische tempel die in de loop van de eeuwen is omgebouwd tot een boeddhistische. Die was een bezoekje waard, en vanuit ons guesthouse aan de Mekong (met mooi uitzicht op de kleine vissersbootjes die ronddobberen op de rivier) bracht onze fiets ons daar.

img_0507.jpg Verder was er natuurlijk vrij weinig te beleven in en rond Champasak, dus de dag erna trokken we verder naar het grootste eiland van Si Phan Don: Don Khong. Het valt op dat alle plekken na Vang Vieng rustig zijn, de grote steden liggen allemaal in het noorden en het zuiden van Laos kenmerkt zich door het langzamere leven. In stijl verliep onze eerste dag daar rustig en langzaam, totdat we samen met een Britse reiziger het idee kregen met een bootje de Mekong op te gaan. We konden twee vissersbootjes huren waarmee we ons naar een zandstrandje aan de overkant konden peddelen.

Op dag 2 met de fiets het eiland rond (zo’n 35 km in omtrek), alweer in de brandende zon (waarom is het nu geen nieuwjaar!). Daar hebben we mogen genieten van de rijstvelden die voor de verandering niet allemaal droog stonden, en de buffels die zich in de modder vermaken. Nu zitten we op Don Det, een van de vierduizend eilanden ten zuiden van Don Khong, vlakbij de grens met Cambodja, waar we overmorgen naartoe gaan. Verhaaltje en foto’s later… Doehoeii!

14/04 Gelukkig nieuwjaar!

David & Anke in Laos (6)

img_2804.jpg Na niet getubed te hebben in Vang Vieng (oooh!…het weer liet het niet toe) zijn we naar Laos’ hoofdstad Vientiane gegaan (Wieng Chan op z’n Laos). Daar hebben we weer eens flink de toerist uitgehangen door de Arc de Triomphe replica te bekijken (aan een replica Champs Elysées!), en door een dagje naar het nabij gelegen Buddha Park te gaan. Een lap grond die door een maffe priester-sjamaan is volgezet met betonnen figuren uit zowel de Boedhistische als de Hindu mythologie. Naast dat heeft Vientiane natuurlijk ook de gebruikelijke leuke eet- en drinkgelegenheden aan de Mekong te bieden (alwaar de zon wonderschoon ondergaat). Na 3 nachten vonden we het prima, en besloten we verder te reizen richting het zuiden (want Si Phan Don, ofwel de fourthousand islands zijn ons Laotiaanse einddoel!).

Verder reizen betekende dus met de bus naar Tha Khek, een veelbelovend plaatsje aan de Mekong. Daar aangekomen viel het stadje ons bijzonder tegen. Zoveel zelfs dat we de dag erna weer verder gingen. Wel nadat we de avond ervoor met een beschonken, ontzettend vriendelijke, doch bijzonder onduidelijk Engels sprekende Lao meer Beerlao gedronken hebben dan goed voor ons was.

img_0160.jpg Maar oké, verder naar… Savannakhet! Het volgende veelbelovende plaatsje aan de Mekong. Daar zitten we nu. En het is Lao New Year! Dus we pakten de fiets naar een tempel in de buurt om te zien hoe de locals Boeddha beelden besprenkelen met water, offers brengen, etc. Zo’n reis maak je uiteraard niet ongewapend in deze tijd van het jaar. De stad kom je alleen uit met minimaal twee waterpistooltjes op zak, om het geboefte flink onder te sprenkelen terwijl ze emmers en pannen water op je legen. Dat zal ze leren. Daarna leek het alsof de almachtige zelf ook een duit in de zak deed, want het heeft heel hard geregend. Zo hard dat David verkouden is op dag 2 van het natte Boeddhistische nieuwjaar… Daarom hebben we maar laf de grote straten vermeden. Spelbrekers.

img_0151.jpg Bij puur toeval zijn we bovendien gestuit op de meest obscure bar in de wijde omgeving, waar we bier dronken met de lokale maffia (in de vorm van een grote grijze Australiër die Bruce heet, en die ons meermalen zijn – niet kosteloze – diensten aanbood “cause if you’re ever in trouble you know who to call”), de lokale Franse gemeenschap (die ons adviseerde over wat we konden zien in de buurt, en tevens aanboden om ons daarnaartoe te rijden om 4 uur ’s ochtends, omdat ze er toch langs kwamen voor werk), en de Frans-Laotiaanse gemeenschap (die licht heeft geschenen op de kwestie nep-Vietnamezen in Nederland: dat zijn dus Laotianen hè, die de Vietnamese nationaliteit aan hebben genomen om naar Nederland te komen!). Teveel kennis op één plek.

img_0081.jpg En bij elke terugblik hoort een vooruitblik (ook al bestaan het verleden en de toekomst niet, enkel het heden…!): volgende doel is om via Pakse naar Champasak te gaan (weer een ex-hoofdstad), en vanuit daar gaan we wellicht in een keer door naar onze laatste bestemming in Laos, voor we de oversteek naar Cambodja maken: Si Phan Don. Het internet in Laos is wat dunbezaaider dan in Thailand – en dan met name de gratis WiFi verbindingen waar we met ons eee’tje gretig van aftappen – dus maak je geen zorgen als ons digitale dagboek een weekje stil ligt. Zoals gebruikelijk is er weer een flink aantal foto’s bijgekomen, dus bekijk die ook even!